Wethouder Toxopeus: “Ik weet zeker dat ik niet een getal heb gehoord”
HAREN De verhoren van de Raadscommissie over het Haderaplein zijn in volle gang. Wij schrijven live mee. Als eerste is voormalig wethoudster Anje Toxopeus aan de beurt.
Zij vertelt dat het moeilijk is om te herinneren wie wat vertelde. “Er werd veel gedeeld, binnen en buiten de wandelgangen.” Ook zegt ze dat ze het gevoel had goed op de hoogte te zijn van de voortgang van het project Haderaplein.
Wel vertelt ze dat er een enorme financiële druk was, omdat er financieel van de plannen veel afhing. Toch zegt ze zich van de afweging tussen de verschillende varianten meer de inhoudelijke afwegingen te herinneren.
Daarnaast vertrouwde ze op haar collega Jeroen Niezen: “Als het niet je eigen project is de juiste gegevens moeten komen van de eerst verantwoordlijke, dan ga je niet zeggen van je college, he klopt dat wel.”
Wanneer ontstond de twijfel aan de financiële haalbaarheid? vroeg ondervrager Bernard Prenger. Die tiwijfel was er volgens Toxopeus niet echt. Volgens Niezen waren de plannen nog niet echt aanbestedingsrijp. Er was nog financiële twijfel maar ook inhoudelijk, rond de parkeerproblematiek.
Het grote debat was , we moeten het nu niet meer doen, want er zijn veranderingen politiek. ( er waren plannen van andere partijen die zeiden dat ze het anders wilden doen.)
Toxopeus meent dat ze niet op de hoogte was van het rapport van Draaijer en Parter waarin de tegenvaller van 2,8 miljoen werd gemeld.
Ze vond uitstel ook wijs gezien de marktsituatie.
Niet dat het die impact had met tegenvallende financiele ramingen. Ze weet zeker dat er geen bedrag is genoemd. Ze weet zeker dat als er zo’n grote tegenvaller was gemeld, dat ze zich dat herinnnerd had. Ze keken meer naar de verkiezingen. ”
We vonden het politiek niet netjes om in februari te gaan doordrukken op variant 2b vlak voor de verkiezingen.”
Ze noemt voormalig wethouder Jeroen Niezen ‘absoluut niet een college die bewust manipuleert of dingen achterhoud.’
Ook heeft ze volledig vertrouwen in projectleider Frits Kamminga. Als er een dossier ‘brandend in de la’ had gelegen hadden de ambtenaren het meteen aan het nieuwe college gemeld. Het was ‘een raming, in een project.’